De universiteit als bron voor journalistiek talent

Posted on February 17, 2007

1


Praktijkman Harry Lockefeer had ook oog voor onderzoek

Door Luc van Kemenade

Als journalist en hoofdredacteur van de Volkskrant wilde hij de academie al niet uitsluiten in de zoektocht naar journalistiek talent. Afgestudeerde academici klopte bij zijn krant aan voor een baantje, ze werden teleurgesteld weer weggestuurd. Er waren twijfels. Wetenschappers kunnen niet schrijven was het vooroordeel.

In die tijd realiseerde Lockefeer zich dat een postdoctorale opleiding journalistiek wenselijk was. De maatschappij werd ingewikkelder, het gemiddelde opleidingsniveau van de lezers steeg en daarmee ook de vraag naar hoogwaardige informatie. Beter opgeleide journalisten passen in dit beeld. Samen met Wout Woltz van NRC Handelsblad, Johan Olde Kalter van De Telegraaf en Alexander Rinnooy Kan van de Erasmus Universiteit stond hij in 1989 aan de wieg van de postdoctorale opleiding journalistiek in Rotterdam. Een stoomcursus van acht maanden die academici de kneepjes van de dagbladjournalistiek leerde. Volgens Huub Wijfjes, mediahistoricus en universitair docent aan de masteropleiding journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) was Lockefeer de eerste die inzag dat de krant van de toekomst meer behoefte zou hebben aan journalistiek opgeleide academici. “Hij (Lockefeer, LvK) had zelf een academische graad in sociologie behaald in Tilburg en wist als geen ander dat zo’n opleiding je in staat kon stellen de steeds complexere wereld met steeds meer informatiechaos begrijpelijk te houden voor een lezer. Mits die academicus ook journalistiek kon denken en schrijven natuurlijk.”

Op 1 april 1996 volgt Lockefeer Max L. Snijders op als hoogleraar journalistiek aan de RUG. De postdoctorale opleiding is dan vijf jaar oud en staat nog in de kinderschoenen. “Je studeerde journalistiek toen nog naast je hoofdrichting geschiedenis of Nederlands, uitgesmeerd over drie jaar”, verduidelijkt opleidingscoördinator Sanna Buurke. Elf jaar later biedt de RUG een anderhalfjarige masteropleiding journalistiek aan. Studenten hebben een multimediale ‘newsroom’ tot hun beschikking, leren journalistieke vaardigheden van praktijkdocenten met jarenlange ervaring en profiteren op theoretisch vlak van een professionele onderzoekstak.

“Wat theorie betreft heeft Lockefeer de opleiding op de kaart gezegd”, vertelt Doeko Bosscher. Hij is professor eigentijdse geschiedenis en was nauw betrokken bij de aanstelling van Lockefeer als hoogleraar journalistiek. “Hij heeft de juiste mensen aangesteld en een gezicht gegeven aan de opleiding. Reflectie op de journalistiek is een belangrijk onderdeel van die opleiding.” Volgens hoogleraar Midden-Europese geschiedenis Hans Renner past de aandacht die de hoogleraar had voor onderzoek in de lijn die zijn voorganger volgde. “Snijders was zich van de wetenschappelijke component goed doordrongen maar Lockefeer heeft het op een geweldige wijze in versnelling gebracht, hij heeft het groots aangepakt.” Renner benadrukt dat onderzoek vanaf de oprichting van de opleiding hoog in het vaandel stond. “We wilden dat deze opleiding zich door de wetenschappelijke component van de journalistieke hbo-opleidingen zou onderscheiden”, aldus Renner, die net als Bosscher de aanstelling van Lockefeer van dichtbij meemaakte.

Een van de mensen die Lockefeer als onderzoeker en docent aantrok is directeur van het Biografie Instituut Hans Renders. Hij werd als Neerlandicus binnengehaald om naast een politieke en historische benadering van journalistiek voor een literaire invalshoek te zorgen. “Lockefeer kwam uit de praktijk maar had veel oog voor onderzoek. Hij gaf ons als onderzoekers erg veel ruimte. Dat is uitzonderlijk voor iemand uit de journalistieke praktijk”, vertelt Renders.

Naast Renders maakte Wijfjes al voor de aanstelling van Lockefeer onderdeel uit van de onderzoekskant van de opleiding. Later kwamen daar ook nog historici Marcel Broersma en Ilja van den Broek bij. Allemaal kregen zij optimale ondersteuning van Lockefeer bij hun onderzoeksactiviteiten. “Harry was een royale organisator”, zegt Renders. “Hij legde samen met mij de basis voor het Biografie Instituut en gaf me er alle ruimte voor.” Wijfjes benadrukt dat Lockefeer erg sterk was in de financiële kant: “Wij zorgden voor de ideeën, hij voor de financiën. Voor mijn boek Journalistiek in Nederland 1850-2000 is Harry van onschatbare betekenis geweest; hij zorgde ervoor dat ik lange tijd kon worden vrijgesteld om het boek te schrijven.” Ook Broersma heeft veel aan de hoogleraar te danken. Lockefeer was promotor van zijn proefschrift.

Bij zijn aanstelling als hoogleraar journalistiek aan de RUG in 1996 legde Harry Lockefeer de nadruk op het belang van kwaliteitskranten. De media moesten waken voor luchtigheid. Bij zijn afscheid als professor in 2006 stond dat punt nog altijd als een paal boven water, aangevuld met de boodschap dat de journalistiek het multimediale avontuur aan moest gaan. Hiervoor zijn goede journalisten nodig. Journalisten die niet alleen kunnen schrijven maar ook beschouwend naar hun vak kunnen kijken. Want, zo zei Lockefeer op 2 maart 1996 in het Nieuwsblad van het Noorden: “Het vergaren en selecteren van nieuws en het opschrijven ervan is een intellectuele bezigheid. Daarin horen universiteiten een rol te spelen.”

Wat extra informatie:
Harry Lockefeer overleed vrijdag 9 februari op 68-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij werkte dertig jaar voor de Volkskrant waarvan de laatste dertien als hoofdredacteur. Hij maakte die krant groot. Daarna ging hij aan de slag als hoogleraar journalistiek en vormde hij de opleiding om tot de master die ik nu doe. Vorig jaar nam hij afscheid en ging met pensioen. Marc Chavannes volgde Lockefeer op als professor.

Advertisements