‘Lotzke’ is liever sportman

Posted on June 2, 2007

1


Wielrenner Marc Lotz speldt zondag rugnummer weer op

Door Luc van Kemenade en Maarten Kolsloot

GRONINGEN- Wielrenner Marc Lotz (33) keert zondag na twee jaar schorsing terug in het wielerpeloton. In de Ronde van Limburg gaat hij niet als prof maar als amateur van start. De parttime wiskundeleraar maakt liever het schooljaar af. In juli stort hij zich dan nog een keer volledig op het wielrennen, op jacht naar een mooi profcontract: “Ik ga er alles aan doen, maar het gewone leven is ook niet verkeerd.”

Lotz hoeft zijn comeback niet alleen te maken. De leerlingen uit de brugklas van het Trevianum college in Sittard schreven in kleurige blokletters trainingsschema’s voor ‘meneer Lotz’. Die schema’s zijn niet mals. Om zes uur ‘s ochtends begint de dag met opdrukkken en om zeven uur ‘s avonds is het tijd om tijdens het spinnen proefwerken na te kijken. Lotz kan hartelijk lachen om de creativiteit van zijn pupillen.

Van wielerprof in de bloei van zijn carrière naar de schoolbanken in Sittard, Lotz moest de overstap snel maken. In mei 2005 gaf hij het gebruik van EPO toe. Dezelfde dag stond hij op straat. Waar veel wielerprofs hardnekkig ontkennen speelde Lotz open kaart. “Ik denk dat het goed is zoals ik het heb gedaan. Ik had kunnen liegen, ‘het was voor m’n kat’, en dan had ik nu nog vrolijk rondgereden. Maar ik sta achter mijn beslissing om open te zijn.”

Na acht jaar proffietsen was het tijd voor een nieuwe stap. “En wat moet je dan gaan doen? Ik dacht: waarom zou ik die opleiding tot wiskundeleraar niet afmaken? Bij mijn moeder op zolder heb ik al mijn tentamenbriefjes gezocht en die bij Fontys in Sittard op tafel gelegd. Inmiddels haal ik de openstaande tentamens in.”

Hij weet nu precies wat het gewone leven inhoudt. Dat leven is hartstikke mooi, zonder zorgen om een biertje teveel en met veel minder stress. Maar het stappen ging Lotz snel vervelen. “In het begin denk je dat fietsen kan me gestolen worden. Lang leve de lol en naar huis als een ‘zat konijn’. Maar na een tijdje dacht ik ook: wat een ziek gedrag eigenlijk. Het stelt allemaal niets voor. Als ik al die mensen dronken de kroeg uit zag komen dacht ik: wat een hoop ellende zo midden in de nacht. Terwijl ik zelf ook zo rondliep natuurlijk.”

Tijdens een bergwandeling met collega’s verbaasde hij zich over de slechte conditie van zijn vrienden. Lotz kwam fris op de top aan terwijl zijn vrienden kreunden en steunden. Het bevestigde zijn idee: Dan ben ik toch liever sportman en mijn carrière is nog niet voorbij. “Dan spring je weer eens op de fiets en het gaat wel lekker, vervolgens begin je het steeds meer te missen en denk je: Waarom zou ik niet nog een paar jaar gaan fietsen?”

Sinds januari heeft hij de training hervat. Het bescheiden continentale Team Lowik Meubelen bood hem onderdak. Na honderden uren met zijn trainingsmaten Kroon, Tankink, Lowik en Ten Dam weet hij nog niet hoe hij ervoor staat. Lotz’ lichaam is de zware inspanningen niet meer gewend en over zijn conditie kan hij pas uitspraken doen na de eerste wedstrijden. Eigenlijk voelt hij zich na acht profjaren weer de neoprof die Michael Boogerd tijdens het WK 1998 uit de wind moest houden. Zelfs het opspelden van een rugnummer is spannend.

Lotz kijkt uit naar de wedstrijden. Makkelijk zal het niet worden. Naast de prestaties zal stress een voorname rol spelen. “Ik ben eigenlijk de hele tijd met stress bezig. Bij een kleine verkoudheid maak ik me al zorgen dat ik minder lucht krijg. Als wielrenner heb je maar weinig glorieuze momenten, verder ben je maar aan het piekeren. Er zijn weinig momenten dat het honderd procent in orde is, en toch doe ik het daarvoor, voor die kleine momenten.”

De Tour van 2004 was voor Lotz zo’n moment. Tot drie keer toe zat hij in de beslissende ontsnapping. “Dat is het mooiste gevoel, dan ben je in beeld en zijn de ploegleiders tevreden. Ik ben geen Erik Dekker die al die etappes dan ook wint, maar ik houd er toch een goed gevoel aan over. Er zijn maar weinig van dat soort momenten in het jaar. En na de finish ben je eigenlijk alles snel vergeten en alweer bezig met de volgende dag.”

Een jaar later reed hij vlak voor de finish van de Amstel Gold Race in de kopgroep. Een paar kilometer voor hij op de Cauberg het graf van zijn vader zou passeren moest hij stilhouden. De ploegleiding van Quick Step wilde dat hij op Paolo Bettini wachtte. “Ik had nooit verwacht dat ik zo ver zou komen in de Amstel Gold Race. Het ging zo snel en het was allemaal zo raar. Achteraf had ik mijn ploegleider beter kunnen negeren en doorrijden.” Van Lotz mogen de ‘oortjes’ worden afgeschaft. Hij denkt dat het tot spannender wedstrijden leidt en dat slimme renners zo meer kansen krijgen.

Liever dan opdringerige ploegleiders hoort Lotz zijn supporters. Dat ze hem niet vergeten zijn merkt hij vooral tijdens trainingen. Auto’s toeteren, sommige chauffeurs draaien hun raampje open. Niet om hun streekgenoot met rotte tomaten te bekogelen, maar voor een liefkozend ‘hé Lotzke’. Wielerfans zijn vergevingsgezind en dat stemt Lotz optimistisch: “Ik hoop dat ze door mijn prestaties weer gewoon naar mijn uitslagen kijken en niet meer naar wat ik twee jaar geleden heb gedaan.”

Advertisements