Bole Road

Posted on April 10, 2008

3


Rwanda Street 2 of 3, in de wijk Bole. Dat is mijn nieuwe adres in Addis Abeba. Voor wat het waard is. Ethiopiërs doen niet aan adressen of huisnummers. Ook niet aan achternamen trouwens.

Om de hoek bij de ambassades van Rwanda en Palestina wonen we samen met Tenagne, onze huisgenoot en een vriendin van Petterik.

De straatjes rond ons huis doen knus, haast dorps, aan. Eettentjes, internetcafés en koffiehuizen wisselen elkaar af. De geur van injera met kip, lam of linzen – injera is een soort pannekoek – komt me tegemoet zodra ik ’s ochtends de deur uitstap. Maar wordt alweer snel verdrongen door het veertigtal magere geiten dat om de hoek wordt gehouden. Enkele minuten lopen later ziet de wereld er compleet anders uit.

Daar word je opgezogen door Bole Road, de duurste straat van Addis. De stadsader die niet op het Ethiopische bordspel Monopolie, mocht dat bestaan, zou mogen ontbreken. De Kalverstraat van de Nieuwe Bloem (wat Addis Abeba letterlijk betekent). Als je hier een huis bezit, ben je rijk. Een eenvoudig huis als dat van Petterik is slechts betaalbaar voor grofweg een procent van de Ethiopiërs. De rest mag terug naar start of een kanskaart pakken.

Als ik enigszins gewend bent geraakt aan de stinkende stof- en roetwolken, en een manier heb gevonden om me door de benauwende mensenmassa te manoeuvreren, zie ik dat Bole Road alles heeft wat Addis je kan bieden.

Deze kilometerslange weg van vliegveld Bole International Airport naar het gigantische Meskel Square wordt bevolkt door toeterende auto´s, zakenmensen en scholieren in uniform. Er zijn businesscentra, supermarkten en massagesalons.

Maar ook, bedelende kindjes, kreupelen en jankende straathonden. Achter golfplaten met enorme reclamebillboards liggen sloppenwijken die schaamteloos worden overschaduwd door protserige villa’s.

Een taxi ontwijkt ternauwernood een schoenenpoetsertje langs de kant van de weg. Onder begeleiding van luid getoeter en armgebaren drukt de chauffeur zijn rem plat, waarmee hij een man met twee ezels aan een touwtje van stro de stuipen op het lijf jaagt. Minutenlang volgt een bedelend kind me op de voet. Een ogenschijnlijk welgestelde Ethiopiër in pak gebiedt hem me met rust te laten. Onmiddellijk druipt het jongetje af naar zijn vriendjes.

Vroeger was Bole een wijk voor dokters, tandartsen en juristen. Mensen woonden er ruim, rustig en schoon.’Een plek met status,’ vertelt Tenagne me ´s middags tijdens de koffie.

Als statussymbool en commercieel centrum glorieert Bole als nooit tevoren. Alleen worden de villa’s nu bewoond door de nouveau riche van Ethiopië. Hun welvaart gaat gepaard met veel blingbling. In moordend tempo worden schreeuwerig grote gebouwen uit de grond gestampt. Uiterlijk vertoon is waar het om draait.

‘Nog voor geen goud wil ik in Bole blijven wonen,’ zegt Tenagne stellig. Ik knik en we nemen, geheel volgens Ethiopisch gebruik, uren de tijd voor onze heerlijke en sterke koffie. Een middagvullend ritueel dat zich uitstekend leent voor goede gesprekken.

En voor het plannen van een eerste reis met de auto naar het Wenchi gebergte, een paar uur rijden buiten Addis.

Alle foto’s zijn gemaakt door Daphne Kuilman

Advertisements