De verslaving van de koningin

Posted on May 22, 2008

0


Ochtend in Addis. Het is half zes en ik haast me naar Autobus Terra, het busstation, om naar het oosten van Ethiopië te reizen. Schichtig kijk ik over de koppen van de menigte heen, op zoek naar een bus in de richting van mijn bestemming, Dire Dawa.

Er wordt geschreeuwd, geduwd, getrokken. Ik probeer me een weg vooruit te ellebogen. Een propper biedt uitkomst. Hij grijpt me bij de arm en sleurt me de smalle ruimte tussen twee grote bussen in. ‘Dire Dawa?’ vraagt hij. Ik knik en voor ik het weet word ik de achteringang van het voertuig in gepropt. ‘Vol,’ denk ik. ‘Zit,’ commandeert hij.

Het is stil. Het lijkt alsof iedereen gisteravond is ingestapt en in de bus heeft geslapen om zichzelf van een plaatsje te verzekeren. Buiten schemert het. Op het moment dat de chauffeur de motor start lijkt ook de zon haar dag te beginnen. In ongemakkelijke poses zetten mijn reisgenoten, met wie ik op een fysieke manier erg close ben, hun dutje voort.

De buschauffeur schakelt de geďmproviseerde geluidsinstallatie in. Tussen ruis en kraak valt jengelend gezang te herkennen. De vrouw naast me zingt met het slaap nog in de ogen mee. Een jongen op de achterbank ontwaakt uit zijn knikkebollen en haakt vrolijk in. Als het om negen uur tijd is voor de enige stop lijkt de bus een buurthuis op wielen. In een gehucht bestellen we druk kletsend schalen injera voor ontbijt.

De zingende vrouw stelt zich aan me voor. Ze heet Sabileh en is op weg naar huis. Naar Dire Dawa, de stad die ook wel ‘koningin van de woestijn’ wordt genoemd. Al snel wordt duidelijk wat het lievelingskostje van de koningin en haar koninkrijk in het oosten is. De mannen in ons gezelschap kopen flinke zakken met qat (spreek uit: tsjat) voor onderweg. ‘Dat is het voedsel van Dire Dawa,’ kraait Sabileh.

Terug in de bus stapelt een kalende man met een authentiek Abibas-trainingspak wat koffers op. Met een literfles water naast zich gaat hij op een vaal dekentje in het gangpad zitten. Een jongen van begin twintig vraagt hem op te schuiven. Beiden halen een tak qat tevoorschijn, plukken er de groenste, jongste blaadjes vanaf en proppen ze tot een grote bal in hun mondhoeken.

Wat volgt is urenlang kauwen tot de takken kaal en de ogen rood zijn. Ondertussen wordt druk gepraat. Qat heeft vooral een sociale functie, als ‘een biertje doen’. Alleen heb je er een hele boom van nodig (en veel vrije tijd) om ergens in de buurt van ‘aangeschoten’ te komen.

Ook buiten overheerst qat: als er geen plantages in het landschap voorbij schieten, dan wel groepjes mannen die in de schaduw van een boom, het groen tussen de tanden, op de grond zitten te kauwen. Tijdverspilling of tijdverdrijf? Het eeuwige mentaliteitsverschil met het westen. Ik stop een paar blaadjes van de tak die me wordt aangeboden in mijn mond en proef de bittere nasmaak. Ach, in de bus kun je toch geen tijd verspillen.

Foto’s door Daphne Kuilman.

Advertisements