Engeltjes met pikhouwelen

Posted on August 1, 2008

1


Tasfayel spoort zijn muilezel aan. De ezelbegeleider heeft zichzelf in wollen doeken gewikkeld tegen de kou van het regenseizoen. Hij jaagt het beest om de paar minuten de stuipen op het lijf door met een touw op haar achterste te slaan. Onwennig zit ik in het zadel en probeer met het ritme van de snelwandelende ezel mee te hobbelen. Aan het geproest van de kinderen op straat in Lalibela te merken slaag ik daar niet in.

Lalibela. Een betoverend mooie naam voor een armetierig stadje in het Noorden van Ethiopi. En hoofdweg van hobbelige keien, verder zandpaden en plaggenhutten. Maar er is meer. De heuvels van de stad herbergen het achtste wereldwonder. Koning Lalibela trakteerde zijn rijk in de twaalfde eeuw op een architectonisch hoogstandje en hakte doodleuk zes kerken met meerdere verdiepingen in het hart van de rotsheuvels. Het verhaal gaat dat engeltjes hem daarbij hielpen.

Het begon allemaal daarboven. Op die rare platte top van berg Ashetan, waarnaar we op weg zijn. De muilezels en hun begeleiders lokale bergbewoners op plastic badschoentjes kennen de weg en lopen langs de duizelingwekkende afgrond alsof het om een stoeprand gaat. De hobbelstenen van de straat hebben nu plaatsgemaakt voor een rotshelling van modder. Ik luister. Nee, hier valt geen ritme meer in te herkennen. Bovendien, ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Grote en kleine stenen stuiven naar beneden als mijn lastdier om de paar meter met haar hoef wegglijdt.

De top van berg Ashetan draagt een sluier van wolken. We laten dorpjes en eenzame boerenhutten achter ons. Onvermoeibaar huppelen kinderen met ons mee. Een vermagerde waakhond met gebroken poot komt ons vals grommend tegemoet gehinkeld. Hij wordt bekogeld met stenen en vlucht jankend weg. Er is geen betere manier om de hooglanden te ontdekken dan per muilezel.

De gids gebaart me af te stappen. De laatste honderd meter slingeren via een smal pad omhoog. Een lage tunnel brengt me dwars door de bergwand heen, en daar is Ashetan Mariam. Een klooster dat op meer dan drie kilometer hoogte uit de rotswand is gehakt. Hier begon Koning Lalibelas bouwdrift. Dit is de eerste van in totaal zeven rotskerken. Hier stak de koning elke avond wierook aan. De zoete geur Ashetan betekent geur reek tot in de hemel en lokte engelen met pikhouwelen. Zij hielpen van zijn stad het Jeruzalem van Afrika te maken. Een andere uitleg is dat het Schotse soldaten op kruistocht met rode wapperende haren waren. Maar dat is geen verhaal voor bij het kampvuur.

De zondagdienst is zojuist afgelopen en het is dringen geblazen bij het klooster. Honderden boeren uit de omgeving klauteren hiervoor wekelijks omhoog en zitten op een natuurlijk terras van rotsblokken. Aan de rand ervan is een restaurant van houten balken en verroeste golfplaten. Hier eten monniken en priesters injera en drinken lokaal gebrouwen bier. Ze laten de wolken ver beneden zich en zien hoe rivier Kechen Abeba haar weg vindt tussen de eindeloze bergen rondom Lalibela. Wat een betoverend mooie naam is dat toch.

Foto’s door Daphne Kuilman.

Advertisements