Stempels

Posted on September 5, 2009

1


EthiopiŽ houdt van stempels, kopietjes en van het kastje naar de muur. Neem het postkantoor. Een simpel pakketje versturen betekent dat je de juiste envelop haalt bij balie 16, de inhoud laat controleren bij balie 34 en naar balie 13 gaat voor postzegels.

De mevrouw bij balie drie – die alle tot dan toe gedane handelingen prima in haar eentje had aangekund – likt je envelop dicht en zet er een stempel op. Pin me overigens niet vast op de juiste loketnummers.

Het gaat al niet anders met geld halen bij de bank of, en daar heb ik me de afgelopen week mee beziggehouden, het regelen van de juiste papieren om journalistje te kunnen spelen.

Faxen
Het begon al in Nederland, waar ik begin augustus tot mijn verbazing snel wist te regelen dat het Ministerie van Informatie me de vereiste media accreditatie toezegde. ‘Kom maar langs zodra je in Addis bent,’ verstond ik door de krakende Skype-verbinding uit de mond van Mr. Tesfaye.

Dat vonden ze bij de Ethiopische ambassade in Brussel allemaal leuk en aardig, maar: ‘laat Tesfaye zijn toezegging eerst maar naar ons faxen. Daarna regelen wij een zakenvisum voor je.’ Zover is het nooit gekomen. Hoog springen, laag springen. Die ene fax bleek de missing link in de grondige voorbereiding op mijn reis naar Addis. De ambassade stuurde me met een toeristenvisum op pad.

Immigratie
Eenmaal in Addis, moest het er toch van komen. Peentjes zweten in de rij voor de douane met tassen vol opnameapparatuur en blocnotes. Met een toeristenvisum valt te werken, maar je bent de lul zodra je met overheidsfunctionarissen of overheidsgerelateerde bedrijven (lees: zo’n beetje alle Ethiopische bedrijven) te maken hebt.

Dus, naar het Ministerie van Communicatie dan maar. Dag, Meheret. Tesfaye is op vakantie. Mehuret zijn vervanger. De toezegging van Tesfaye staat nog steeds en Meheret, vriendelijk gezicht, met leren jas achter het bureau, schrijft een aanbevelingsbrief voor een zakenvisum voor me. In het Amhaars. Dat moet ik dan maar gaan regelen op het Ministerie van Immigratie. En daarna weer terugkomen.

Bij immigratie kunnen ze om vijf uur niets meer voor me beteken. Om half zes sluit het kantoor en de baas was al naar huis. ‘Maak maar vast kopietjes van je paspoort en morgen terugkomen om half negen.’

Mahoniehout
De volgende dag. Een onvrijwillige ontmoeting met zo’n beetje alle stempelaars van het ministerie. Hoe dichter bij de accreditatie ik kom, hoe grote de mahoniehouten (dat denk ik, ik heb geen verstand van hout) bureaus. Slalommend tussen rijen Somalische vluchtelingen, Ethiopische Amerikanen en Europeanen en hier en daar een blanke expat vlieg ik door het Sovjetgebouw, een overblijfsel uit de tijd van het communistische Derg-bewind.

Ik klop aan bij kamer 80 en kamer 12, lees de krant in de wachtruimte van kamer 95 en ga weer terug naar kamer 80, waar best een aardige meneer zit die zelfs bereid is ‘urgentie’ op mijn papieren te schrijven. Dat pas nadat hij me minutenlang negeert omdat ik op een vervelende blanke van even daarvoor zou lijken. ‘Jullie gezichten zijn precies hetzelfde.’

Urgentie
De urgentie heeft effect. Na een pasfoto te hebben gemaakt, steek ik mijn hoofd door het deurgat van kamer 77, met het complete pakket formulieren en de juiste stempels en handtekeningen. Om er achter te komen dat je alleen in dollars mag betalen bij immigratie.

Met een trillend ooglid van ingehouden woede, loop ik de steile trappen van het ministerie af op weg naar Ethiopian National Bank, waar je een vergelijkbare rondgang langs loketten maakt als op het ministerie om 255 birr in te wisselen voor 20 dollar.

Terug bij immigratie overhandig ik het briefje met president Jackson erop en laat mijn paspoort achter. Ik kan mijn gestempelde paspoort om 16.00 uur ophalen. En haast me daarna naar het kantoor van Meheret, die het volgens zijn assistent zo druk heeft dat hij nog niet eens heeft geluncht. Volgens mij zit hij toch echt National Geographic te kijken. Het is half vijf en hij print mijn accreditatie uit.

Advertisements