Atypische Afrikaan

Posted on April 16, 2010

0


Thomas Ndedi fronst. Het is een diepe, bezorgde frons. Eén die pijn doet om naar te kijken. “Afrika is niet mijn stijl,” zegt de Kameroenees. “Er is te veel lawaai. Hoe kan ik zo ooit rustig een boek lezen?”

Thomas is een atypische Afrikaan. Niet omdat hij een boek leest, dat gebeurt vaker, maar omdat het lijkt alsof hij is geboren in een verkeerd lichaam en op het verkeerde continent. Hij wil William Shakespeare lezen en piano leren spelen. Hij heeft een hekel aan trommels en vervloekt de hitte. Zijn droom is tekenend: “Ik wil wandelen door een weiland vol gevlekte koeien,” zegt hij. “Zoals het stond afgebeeld op de Nederlandse pakken melk uit mijn jeugd.”

De werkelijkheid is ver verwijderd van de droom. Thomas’ internetwinkel, tevens zijn huis, grenst aan de Route de Koulikoro in Bamako. Of daar ook koeien lopen? Soms. Ze staan alleen niet ontspannen te grazen in het groene gras, maar worstelen zich paniekerig een weg door de stof- en roetwolken van de verkeerschaos.

Bamako is hectisch, geen stad voor een rustgevende wandeling. Het straatbeeld wordt beheerst door luidruchtige types, voorbijrazende auto’s en een zwerm van brommers, die een onophoudelijk gezoem voortbrengt. Altijd de hitte. Altijd de herrie. Er is geen ontkomen aan. Soms waagt Thomas een poging. Dan trekt hij zich terug in het kleine kamertje achter in zijn winkel. “In het donker ga ik dan op mijn matras zitten,” zegt hij. “Maar stil wordt het nooit.”

Thomas is een intelligente jongen van midden dertig. Veel bezittingen heeft hij niet. Toch voelt hij zich een heer op stand. Hij maakt zich bijvoorbeeld ernstige zorgen om de toekomst van het Shakespeariaanse Engels, dat volgens hem op uitsterven staat. “Dat is een culturele ramp voor de wereld,” zegt hij statig.

Thomas spreekt uitstekend Engels. Dat is uitzonderlijk in het overwegend Franstalige West-Afrika. Het verwondert me niet dat hij vertaler is geweest. Maar de Amerikaanse hulporganisatie, waarvoor hij werkte, hield anderhalf jaar geleden op te bestaan. Nu probeert Thomas zijn kostje bij elkaar te verdienen met drie computers en een kopieermachine in een kale ruimte.

Het leven in Mali is niet altijd eenvoudig als vreemdeling. Zoals gezegd, Thomas komt uit Kameroen. En dat schijnt voor zijn huisbaas reden te zijn om de huur drastisch te verhogen. “Ik hoop in Canada oud te worden,” zegt hij. De asielaanvraag loopt al. “In Canada is veel ruimte, stilte en natuur. En het is het beste tweetalige land ter wereld!” Hij zegt het met een brede glimlach.

Thomas’ verlangen naar het Westen is anders dan dat van de velen zogenaamde ‘bootjes-Afrikanen’. Zij riskeren hun leven door in een gammele schuit richting de Canarische Eilanden te varen. Ze doen alles voor een baan in Europa. Thomas’ wens heeft geen economische oorsprong, maar gaat puur om levensstijl: “Ik voel me hier niet thuis,” zegt hij. “Afrika doet me pijn.” Terwijl hij vertelt, trekt een bedelende jongen aan zijn arm. Weer die frons. Hij geeft wat kleingeld aan de jongen en zucht. “Het spijt me van mijn sombere verhalen.”

De column Bamako Blues verschijnt om de week in Brabants Centrum

Advertisements
Posted in: Bamako Blues