Het lange wachten op een enkeltje Amerika

Posted on October 7, 2010

0



Ethiopiërs uit het noorden vermommen zich als Eritreërs voor overplaatsing naar het Westen

Het is de zoveelste keer dat Bahebelom zich meldt voor medische controle in Shire, een stoffig stadje in het noorden van Ethiopië. Net als duizenden lotgenoten is de vluchteling uit Eritrea geselecteerd door UNHCR, de vluchtelingendienst van de VN, om te worden overgeplaatst naar de Verenigde Staten.

Over twee maanden verruilt hij de ziedende hitte van het vluchtelingenkamp Shimelba, dat vlakbij de grens met Soedan in Noord- Ethiopië ligt, in voor Chicago. “Althans, dat is de bedoeling”, zegt de 36-jarige onderwijzer. “Het zal niet de eerste keer zijn dat mijn vertrek wordt uitgesteld”.

Niet iedereen komt in aanmerking voor een enkeltje Amerika, een droom voor elke bewoner in Shimelba. De selectie voor overplaatsing is streng en duurt soms meer dan drie jaar. De bewoners van nieuwere kampen, zoals May’ayni en Adi Harush, in de Tigrai regio, zijn uitgesloten.

Maar ook een lang verblijf in het kamp dat in 2000, kort na het bloedige grensconflict (1998 – 2000) tussen Ethiopië en Eritrea werd geopend, biedt geen garantie. Alleen vluchtelingen die voor hun leven moeten vrezen worden geaccepteerd. Bovendien zijn fysieke en psychische fitheid vereist.

Mensensmokkel
In de afgelopen jaren zijn bijna zesduizend kampbewoners door UNHCR overgeplaatst. De meesten gaan naar de VS, maar ook Scandinavische landen, Australië en Nieuw-Zeeland verstrekken verblijfspapieren. In 2009 zijn 1.650 vluchtelingen naar Amerika gevlogen. Voor het einde van het jaar zouden nog eens drieduizend kampbewoners worden verplaatst. President Isayas Afewerki van Eritrea beschuldigt UNHCR en Ethiopië van “mensensmokkel”

De 35-jarige Alula vermoedt dat hij om psychische redenen nog niet is overgeplaatst. Zeker weten doet hij het niet, de oud-strijder wacht al drie jaar op uitsluitsel. “Ik denk dat ik teveel tijd heb doorgebracht in de loopgraven,” zegt hij. “Ik kan mijn emoties slecht beheersen en word snel agressief”. Maar het is niet alleen het lange wachten dat hem frustreert.

Volgens de voormalig soldaat is zeker de helft van de vluchtelingen die naar Amerika en andere landen wordt gevlogen, eigenlijk Ethiopiër. En hij is niet de enige kampbewoner die daarover klaagt. “Het is oneerlijk”, zegt ook Teglit. “Ik heb geen cijfers, maar zie het om me heen gebeuren”.

Grens over glippen
Het gaat volgens de vluchtelingen vooral om jonge Ethiopiërs die in dorpjes in het grensgebied met Eritrea wonen. Voor het grensconflict, waarbij tienduizenden doden vielen, richtten ze zich op handel met Asmara, de hoofdstad van Eritrea. Maar het afsluiten van de grens na de oorlog maakte daaraan een einde en diende de regio een economische klap toe.

De werkloze jongeren uit de regio zoeken een uitweg. Sommigen beproeven hun geluk in Arabische landen of Israël. Ze ondernemen levensgevaarlijke tochten om daar te komen. Met name de Egyptenaren staan erom bekend met scherp te schieten als illegale gastarbeiders het land proberen in te komen.

Het overplaatsingsprogramma van de VN biedt een kans dicht bij huis. De Ethiopische jongeren, die dezelfde taal spreken als hun stamgenoten uit Eritrea, zouden zonder identiteitspapieren de grens over glippen, op zoek gaan naar een geschikte locatie om Ethiopië weer in te gaan en zich daar door militairen laten oppakken. “Ze geven zich uit voor Eritreër, niemand die het verschil ziet”, zegt Bahebelom. “Vervolgens belanden ze in een van de kampen en hopen voor overplaatsing in aanmerking te komen”.

Verloren kampjaren
Bij UNHCR is niets bekend van de wisseltruc. Het wordt mogelijk geacht dat gelukszoekers in de kampen terecht komen. Maar het lijkt de organisatie sterk dat ze Amerika of andere landen daadwerkelijk bereiken. Vluchtelingen die de afgelopen maanden naar de VS zijn overgeplaatst, zijn tussen 2004 en 2008 gescreend en in die tijd was het project nog niet openbaar. Hetzelfde geldt voor migranten die de komende tijd zullen verhuizen.

Bahebelom kijkt uit naar zijn nieuwe leven in Chicago. Hij kent er niemand, maar hij denkt niet dat het lastig zal zijn om familie en vrienden op te sporen. De Eritrese gemeenschap is een hechte en iedereen kent elkaar. “Ik heb mijn familie in geen tijden meer gesproken, maar weet dat ze in Amerika zijn,” zegt hij. “Het eerste wat ik doe na aankomst is ze zoeken, dat moet lukken. En daarna is het tijd voor een baan. Ik heb wat verloren kampjaren in te halen.”

Uit angst voor repercussies wensen de geïnterviewden alleen bij voornaam te worden genoemd. Contactgegevens zijn bij de redactie bekend.

Op de vlucht voor Eritrees schrikbewind

In Eritrea voert president Isayas Afewerki een schrikbewind. Vluchtelingen zijn hun leven in eigen land niet zeker. Ook hun directe familie loopt gevaar. Bij terugkomst wacht de vluchtelingen in het ergste geval executie wegens landverraad. Maar ook celstraffen leiden door ziekte, honger of hitte vaak tot de dood.

In samenwerking met de VN vangt Ethiopië ruim 50.000 vluchtelingen op in drie grote kampen in Tigrai en acht kleinere in Afar. Veel kampbewoners, circa 45 procent, zijn deserteurs uit het leger van Eritrea. Er zijn ook veel studenten die hun dienstplicht willen ontlopen of na hun studie weigeren lid te worden van Isayas’ Volksfront voor Democratie en Rechtvaardigheid, een partij die verkiezingen “overbodig” vindt.

De betrekkingen tussen Ethiopië en Eritrea zijn tien jaar na het grensconflict nog altijd slecht: incidenteel beschieten grenstroepen elkaar en Ethiopië beschuldigt Eritrea van het steunen van moslimterroristen in Somalië die een heilige oorlog voeren tegen hen.

Ethiopië helpt op zijn beurt enkele Eritrese oppositiegroepen die, sommigen met en sommigen zonder geweld, van Isayas afwillen. In juli hielden oppositieleiders, die in ballingschap over de hele wereld leven, een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Trouw, 5 oktober 2010

Advertisements