Getemd, maar onberekenbaar

Posted on October 14, 2010

0




De Ethiopische rivier de Dechatu toonde in 2006 haar verwoestende karakter. De bevolking nam maatregelen: terrassen op de heuvel, een dam en waarschuwen per gsm.

Abdullah Moussa loopt op slippers rond op zijn sinaasappelplantage. Zodra hij stilstaat, zakt de boer uit Gende Ada, een dorpje vlakbij de Oost-Ethiopische stad Dire Dawa tot aan zijn enkels weg in de zompige klei. De neerslag die de afgelopen dagen in de hooglanden is gevallen, bracht een kleine vloedgolf naar de woestijnstad.

Het is de enige kans voor Abdullah om zijn land te bevloeien. Via een irrigatieslootje leidt hij het water zijn plantage op. “Na een vloedgolf als deze kunnen mijn gewassen zeker vijftien dagen vooruit”, zegt de boer, die zijn gezin onderhoudt met de verkoop van sorghum, sesam en sinaasappels.

Slapende stad
De Dechatu, dat “samenkomst” betekent in het Oromifa, de lokale taal, is niet altijd zo behulpzaam. In augustus 2006 toonde de rivier zijn verwoestende karakter. Hevige regenval in de hooglanden zorgde ervoor dat de meestal droogstaande rivier buiten zijn oevers trad. Midden in de nacht zwiepte een vloedgolf door de slapende stad en eiste daarbij honderden levens.

De natuurramp liet Abdullah – zijn familie overleefde de vloedgolf – en zijn dorpsgenoten verslagen achter. Maar niet voor lang. Het aanbod van de Ethiopische overheid om te verhuizen naar een veiligere plek werd afgeslagen. In plaats daarvan besloot de gemeenschap dat het tijd was om de “leeuw van een rivier” te temmen. “Als we de rivier goed gebruiken, is hij belangrijk in ons leven”, zegt Abdullah. “Zo niet, dan verplettert hij ons”.

Maar niet alleen het overstromingsgevaar van de rivier moest worden aangepakt. Gende Ada ligt aan de voet van de Babo, een berg die door erosie ook een steeds grotere bedreiging vormde. “We zijn ingesloten door natuurgevaar”, zegt Abdullah. “Je slaapt niet zo lekker als je weet dat je een rotslawine of modderstroom op je dak kunt krijgen”.

Kale kop
De boer, die ook dorpshoofd is, hangt onderuit in een kussen en discussieert in zijn huis met enkele dorpsgenoten hoe de woestijnachtige omgeving rond Dire Dawa de laatste jaren is veranderd. Het regenseizoen, aldus de mannen, begint later dan in hun jeugd en is onvoorspelbaar. De droogte houdt lang aan en als er neerslag valt, is het vaak zoveel dat plantages worden overspoeld.

Abdullah herinnert zich de bossen in de bergen: bomen en planten beschermden de dorpjes tegen lawines en vingen een groot deel van de regen op. Abdullah zet zijn fez af en veegt over zijn kale kop. “Wat denk je dat er gebeurt als je hier een glas water op gooit”, vraagt hij. “Dat stroomt direct naar beneden. Maar als je hetzelfde doet met het hoofd van een meisje met veel haar, dan gebeurt er weinig.” Zijn punt is duidelijk: de bergen moeten worden beplant.

Met behulp van de Ethiopische hulporganisatie JeCCDO organiseerden oeverbewoners van de Dechatu zich. Ze bouwden een dam om vloedgolven te breken en het schaarse water op te slaan. Daarnaast legden ze stenen terrassen aan op de kale heuvels van de Babo.

Vieze geur
Die terrassen zorgen er, naast bescherming tegen regen, rotsen en modder, ook voor dat de omgeving is opgebloeid: inheemse planten en diersoort zijn teruggekeerd, lokale medicijnen worden weer verbouwd en de vele grassen voeden de veestapel. “Maar het is verboden er je beesten te laten grazen”, zegt Abdullah. “We plukken het gras en voeden ze in het dorp. Anders is de berg binnen de kortste keren weer kaal”.

Het gevaar van de Dechatu schuilt vooral in de onvoorspelbaarheid. Abdullah herinnert zich de nacht van de ramp. Met zijn buren werkte hij op het land omdat het overdag vaak te heet is. De boeren roken de vloedgolf en wisten direct dat het menens was. “Als een serieuze vloedgolf dreigt, vult de vieze geur van vruchtbare grond de lucht nog voordat het water komt. Maar zodra je de rivier ruikt, ben je al te laat.”

De boeren gaan niet langer op hun neus af: met een even eenvoudig als briljant waarschuwingssysteem zorgen ze tegenwoordig voor hun eigen weersvoorspelling. Zodra het regent in de hooglanden, grijpen oeverbewoners die stroomopwaarts wonen naar hun mobieltje om lotgenoten te waarschuwen.

Waarschuwingsschoten
Abrahim Hassani is zo’n boer uit de hooglanden. Hij woont aan de Gogeti, een van de vier bergrivieren die vlak voor Dire Dawa samenkomen en als de Dechatu verdergaan. “Als het regent, bel ik Abdullah”, zegt hij. “Ik vertel hem hoe ernstig het is en of hij moet evacueren of de vloed voor zijn land kan gebruiken”.

Voor zijn oplettendheid krijgt Abrahim zaden en planten van de bewoners van Gende Ada. Het systeem is verder gebaseerd op vertrouwen. “De boeren uit de hooglanden laten ons niet in de steek”, weet Abdullah. “We zijn van dezelfde stam: allemaal Oromo. Abrahim geeft ook om mijn familie. En mocht dat niet zo zijn, dan heeft hij wel een zus of neef in de buurt wonen die moet worden gewaarschuwd”.

Als het écht hoost in de bergen en Abdullah krijgt waarschuwingen uit alle vier de richtingen, licht hij de politie in. De lokale autoriteiten schakelen vervolgens het luchtalarm in en agenten lossen waarschuwingsschoten. Iedereen die in de buurt van de Dechatu woont, vlucht daarop de bergen in. Abdullah waarschuwt intussen het volgende dorp. “Ik volg het belschema”, zegt hij. “Zo bereikt het nieuws iedereen die met de rivier te maken heeft”.

Het belschema biedt vooral duidelijkheid: evacueren of profiteren? Maar het neemt de grilligheid van de Dechatu niet weg. Zo sloeg een krachtige vloedgolf onlangs nog een gat in de muur die de Ethiopische overheid juist liet bouwen om Gende Ada te beschermen.

“Je kunt een getemde leeuw nooit volledig vertrouwen”, aldus Abdullah. “Ik denk dan ook niet dat we de rivier ooit helemaal onder controle zullen hebben, maar vier jaar na de ramp is hij in ieder geval wat beter te voorspellen”.

Trouw, 13 oktober 2010 (PDF)

Advertisements