Een blik op acht wielen voor Addis Abeba

Posted on October 19, 2010

0



Trailerbus van Holland Car moet veilige concurrent van Ethiopische minibusjes worden

In Megenanga, een busstation in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, krioelt het van de blauwwitte Toyota minibusjes. Ze toeteren, snijden elkaar af en vechten zo voor klandizie. Uit de schuifdeur van elke bus hangt een wayala, die als propper en conducteur werkt. Met een snerpende stem maakt hij zijn bestemming bekend en springt behendig opzij zodra passagiers de bus bestormen.

De minibus is het populairste vervoersmiddel in Addis Abeba, maar als het aan Tadesse Tessema, directeur van het met Nederlands subsidiegeld opgerichte autobedrijf Holland Car, komt daar snel verandering in. Binnenkort zal zijn eerste trailerbus gaan rijden.

In zo’n bus gaan driehonderd passagiers, het equivalent van twintig minusbusjes. Addis Abeba fungeert als proeftuin. Daarna moet het hele Afrikaanse continent overstag. “Het is niets meer dan een blik op acht wielen”, zegt Tadesse, die aan de HTS in Zwolle studeerde. “En dat is ideaal personenvervoer in Afrika”.

Rokende motor
Volgens de directeur maakt de trailerbus een einde aan een bekend Afrikaans tafereel: auto’s die met klapband of rokende motor aan de kant van de weg staan. Zijn trailerbus bestaat uit twee delen, namelijk een vrachtauto, die uit China wordt geďmporteerd, en een bijna veertien meter lange trailer. “Als de motor stuk gaat, zet je er gewoon een nieuwe vrachtauto voor. Zo sta je nooit meer uren met pech aan de kant”.

De kracht van de trailerbus, die is ontworpen door het designbedrijf Motio uit Eindhoven, is de eenvoud. “Er is geen rocket science voor nodig om ‘m te ontwikkelen”, zegt ontwerper Arjan Steketee van Motio. “Hij kan daardoor eenvoudig lokaal worden geproduceerd en gaat jarenlang mee. De bus is gemaakt van staal, er kan dus niet veel aan stuk. De koplampen zijn eigenlijk nog het kwetsbaarst”.

Bijkomend voordeel van de scheiding tussen vrachtauto en trailer is dat de bus wordt bestuurd door een dedicated driver. Dit in tegenstelling tot de vaak volgepropte minibusjes. “Bij ons heeft de chauffeur geen passagiers op schoot”, zegt hij. In de trailer met oranje stoeltjes werkt een conducteur die zijn werk doet terwijl de bus al rijdt. Hij hoeft zich geen poliep op de stembanden te schreeuwen zoals de wayalas. Via een display en per bestemming van kleur verwisselende ledverlichting wordt duidelijk waar de bus heengaat.

Ruim duizend banen
Het is volgens Steketee niet de bedoeling minibusjes weg te concurreren. Maar dat het aantal blauwwitte Toyota’s in het straatbeeld zal afnemen, is onvermijdelijk. “We creëren ook werk”, zegt Tadesse, die nu driehonderd man in dienst heeft. “We hebben conducteurs, chauffeurs en fabrieksmedewerkers nodig. In volle productie levert dat ruim duizend banen. En het is veel beter voor het milieu als er minder minibusjes rondrijden”.

Het idee van de trailerbus stamt uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, maar flopte in Europa, waar men de voorkeur gaf aan tram- en treinverkeer. Hoewel de oorzaak voor het falen van de trailerbus nooit goed is uitgezocht, vermoedt Steketee dat het met de wendbaarheid heeft te maken.

Hoe pakt dat uit in het chaotische verkeer van Addis Abeba? “Dat zullen we moeten gaan testen”, aldus de ontwerper. “De bus is even wendbaar als een normale stadsbus in Nederlandse steden. Het zou dus mogelijk moeten zijn”. De technische risico’s van trams en treinen, die op elektriciteit rijden, zijn te groot in Afrika, zegt Tadesse, die eerder een innovatieprijs won als de eerste fabrikant van personenauto’s in Ethiopië.

De directeur denkt goud in handen te hebben: “Afrika heeft goedkoop en betrouwbaar transport nodig en dat is met onze trailerbus mogelijk”. Holland Car presenteert de bus zaterdag en onderhandelt daarna met de Ethiopische overheid over exploitatie. Na het proefdraaien in Addis Abeba hoopt Tadesse uit te breiden van stadsvervoer naar regionaal transport. Niet alleen in Ethiopië, maar in heel Afrika.

Chineze kopieerden het concept

De kleine maar opkomende Ethiopische middenklasse verlangt ernaar om in stijl door Addis Abeba te cruisen. Maar dat moet wel betaalbaar zijn: ze weigeren nog langer hoge belastingen te betalen voor uitgerangeerde auto’s uit het Westen. In plaats daarvan rijden ze liever in een auto van eigen bodem.

Het kost een klein fortuin om een tweedehands auto, via de haven van buurland Djibouti, Ethiopië in te krijgen. Hoewel belastingen onlangs zijn verlaagd, moet nog steeds honderd procent aan heffingen over aankoopprijs en transportkosten worden afgestaan. Zo betaal je voor een twintig jaar oude Toyota Corolla al snel twaalfduizend euro.

Tadesse kwam met een oplossing: hij besloot zelf auto’s te gaan assembleren. In 2005 zette hij daartoe in samenwerking met Trento Engineering uit Sittard en met een half miljoen euro Nederlands subsidiegeld Holland Car op. Het bedrijf importeert losse auto-onderdelen uit China en zet ze in hun fabriek in Ethiopië in elkaar.

Het voorbeeld vond al snel navolging. Yangfan Motors, een Chinees autobedrijf, kopieerde het concept en onlangs presenteerde atletieklegende Haile Gebreselassie plannen om samen met het Zuid-Koreaanse Hyundai een vergelijkbare autofabriek te bouwen.

Holland Car is intussen bezig met de volgende stap en bouwt een nieuwe autofabriek waar niet langer slechts wordt geassembleerd. Tadesse: “We gaan langzaam richting volledige productie van onze eigen auto’s”.

Trouw, 18 oktober 2010

Advertisements