Veeg de Chinezen van tafel

Posted on October 27, 2010

2



Chinezen zie je in Ethiopië overal. En in andere Afrikaanse landen is dat niet anders. Zijn ze er op safari of om putten te slaan? Niets van dat alles. De Chinezen komen voor zaken.

China is een belangrijke partner voor het donkere continent. Soms spelen oliebelangen mee, zoals in Soedan en Angola, en soms is een Afrikaans land uitermate geschikt om als China’s graanschuur te dienen, zoals met Ethiopië het geval is.

Naast de vele Chinezen in het straatbeeld – die door Ethiopische kindjes worden begroet of belachelijk gemaakt met “China, China!”, gevolgd door een Bruce Lee move en dito kreet – wordt de markt ook overspoeld met Chinese producten. Mobieltjes, waterkokers, plastic slippers, noem maar op.

Al even wijdverbreid als deze producten in de winkelschappen is het gezeur over de kwaliteit ervan. Dat gaat van politici tot importeurs tot de man in de straat en altijd luidt de boodschap: “Wat een rotzooi brengen ze mee!” Vooral de mobieltjes met waardeloze batterijen en wegen die na luttele jaren afbrokkelen zijn bron van frustratie.

Vorige maand werd in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, een internationaal congres gehouden over de toenemende invloed van China in Afrika. En, niet zo verrassend, de deelnemende wetenschappers klaagden al even luid.

Als Chinezen een project aannemen, zoals het aanleggen van een weg of een mobiel netwerk, dan gebeurt dat altijd met gedateerd materiaal met een zeer beperkte levensduur, aldus Dr. Alemayehu Geda, die een studie deed naar de economische relatie tussen China en Ethiopië.

Wetenschappers uit Nigeria en Madagaskar mopperden vervolgens over het volledig zoek zijn van de balans tussen import en export – te veel Chinese mobieltjes op de lokale markt – en onderzoekers uit Angola beschuldigden de Chinezen ervan al hun olie op te kopen en dan ook nog eens de wereldolieprijs te beïnvloeden.

Wat een ellende zeg, handel met die communisten uit het Verre Oosten! Maar waren de leiders van die landen er niet zelf bij toen er een krabbel werd gezet onder een van de velen handelsovereenkomsten?

Gelukkig was daar de gespreksleider van het congres, Professor Olu Ajakaiye uit de Keniase hoofdstad Nairobi. Hij slaakte een diepe zucht en kon de spijker vervolgens niet preciezer op de kop slaan: “Als we willen profiteren van onze band met China, moeten wij, als Afrikanen eens leren duidelijk maken wat we willen.”

Dat de Chinezen niet aan liefdadigheid komen doen, is alom bekend, daar gaan de klachten van hulporganisaties (“neokolonialisme!”) altijd over. Ze komen om zaken te doen en het is aan Afrika om van die economische buitenkans te profiteren. Dat kan nergens anders dan aan de onderhandelingstafel.

Wil je opgeleide wegenbouwers of, beter nog, dat de Chinezen je werkloze landgenoten opleiden? Gooi het als eis op tafel. Heb je er genoeg van dat je t-shirt na één wasbeurt uitlubbert en je batterij na een uur leeg is? Stel kwaliteitseisen.

Dat de Chinezen het kunnen, bewijzen ze met producten op de Europese markt. En de Ethiopische consument heeft blijkbaar ook niet zoveel moeite met “Made in China” an sich, getuige het aantal in China gefabriceerde mobieltjes dat via familie en vrienden in Europa het land inkomt. Waarom die wel voldoen? Er is kwaliteit geëist.

En dat is precies wat de Afrikaanse partners ook zouden moeten doen. “Het is aan ons om te krijgen wat we verdienen,” zegt ook Ajakaiye, die overigens terecht de kanttekening maakt dat sterk leiderschap nodig is om succesvol met China te onderhandelen. Hij vindt dat Afrika haar relatie met China moet herdefiniëren en de producten die worden geïmporteerd eens goed tegen het licht moet houden. “We moeten niet China de schuld geven, maar onszelf.”

Dit blog verscheen eerder op de website van Follow the Money

Advertisements