De goede vrienden van Afrika

Posted on November 2, 2010

0



Afrikaanse groei-economieën zoals Ethiopië en Rwanda laten zich niet meer de les lezen door zeurende partners uit het Westen. “Wij hebben goede vrienden in het Oosten.”Zoals altijd zat de Ethiopische premier Meles Zenawi – een oud rebel en al ruim negentien jaar aan de macht – kaarsrecht achter zijn bureau. Zijn ogen priemden de zaal in, zijn stem zacht, met iets minder zachte uitschieters wanneer hij zijn standpunt kracht wil bijzetten.

Alsof het de normaalste zaak van de wereld was: 99,6 procent van de stemmen halen bij landelijke verkiezingen, die afgelopen mei in Ethiopië werden gehouden. Meles zag er tijdens het persmoment in zijn kantoor, drie dagen na de landslide victory, bepaald niet uit alsof hij er op had geproost.

Eigen boontjes
De felicitaties kwamen van over de hele wereld. Maar de overtuiging ontbrak. Meles, de goede vriend van het Westen, voorzitter van de klimaatcommissie van de Afrikaanse Unie, graag geziene gast op G20-bijeenkomsten, lid van Tony Blair’s Commission for Africa. Die man kan zijn eigen boontjes doppen toch?

Maar wat te doen met berichten over intimidatie van oppositieleden? Afkopen van plattelandsstemmen met oliezaden? Verplicht lidmaatschap van regeringspartij EPRDF om MA-diploma te halen? Het deed de Amerikaanse overheid even twijfelen over de immense budgetsteun aan de “democratie in ontwikkeling”.

Of Meles zich daarover zorgen maakt, was de vraag. Zijn antwoord: absoluut niet. “Als de Verenigde Staten denken dat Ethiopië ten onder gaat zonder hun hulp, hebben ze het helemaal mis,” aldus de premier. “Wij hebben goede vrienden in het Oosten.”

Meles is niet de enige leider van een Afrikaans land die zich niet langer onder druk laat zetten door dreigementen om op hulp te korten. Op verschillende vlakken is president Paul Kagama van Rwanda zijn even- en misschien zelfs wel voorbeeld. Kagame leidt ook een land met sterke economische groei, begon ook halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw met opruimen van puinhopen en staat ook niet bekend als een al te democratisch staatshoofd.

Wij voeden onszelf
Begin vorig jaar ontvouwde Kagame zijn ambitieuze plannen voor Rwanda: binnen vijf jaar alle hulpgelden uit het staatsbudget. Vol verbazing ontvangen door de hulpwereld; met gejuich door hulpsceptici, zoals Dambisa Moyo bijvoorbeeld.

Ik vroeg Meles niet veel later namens Elsevier of dat voor donor darling Ethiopië ook zou kunnen. Gegniffel van andere journalisten. Meles: “Rwanda is een voorbeeld en ik sta volledig achter hun streven. Hulp is altijd eindig, maar het einde is voor ons nog niet in zicht.”

Nu, een jaar later, blijkbaar wel. Vlak na de verkiezingen presenteerde Meles zijn versie van Rwanda’s vijfjarenplan. De grenzen gaan (nog verder) open voor buitenlandse investeerders om zo industrie en landbouw een boost te geven en de economie te laten floreren. Het beoogde resultaat: dag voedselhulp! “Wij kunnen onszelf voeden,” aldus de premier.

Zo’n plan kost natuurlijk miljarden, maar favoriete handelspartner China doet niet moeilijk over een lening meer of minder. Turkije en verschillende Arabische landen zijn ook niet te beroerd. Het zal niet verrassen dat veel investeerders, die hun lappen grond vaak gratis of voor een prikkie krijgen, ook uit die landen afkomstig zijn.

Hulpinfuus
Het kon natuurlijk nooit lang duren voordat het plan werd afgeschoten door sceptici uit de oppositie (een zetel!), diaspora en hulpwereld. Ondanks economisch succes, hangt Ethiopië nog altijd aan het hulpinfuus, zo redeneren ze, het ontvangt jaarlijks 3,1 miljard dollar aan leningen en hulpgelden. Zorg eerst maar eens voor democratie en vrijheid van pers!

Leiders als Meles en Kagame lijken genoeg te hebben van zulke bemoederende opmerkingen uit het Westen. Ze laten zich liever inspireren door nieuwe rolmodellen, zoals India en China. Meles benadrukte het vandaag nog maar eens: “Wij moeten lering trekken uit de manier waarop China zich heeft ontwikkeld en in drie decennia tijd meer dan een half miljard mensen uit de armoede heeft geholpen.”

Dit blog verscheen eerder op de website van Follow the Money

Advertisements