Afrika wil luchtruim terug

Posted on December 2, 2010

0



Vliegverkeer in het Afrikaanse luchtruim groeit harder dan waar ook ter wereld, maar het zijn buitenlanders die profiteren. Afrikaanse vliegmaatschappijen spreken zelfs van een ‘invasie’. En die moet worden gestopt.

Er is goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat het luchtverkeer binnen, en van en naar ons continent steeds winstgevender wordt en zelfs groeit als een dolle. Het slechte nieuws: wij profiteren er niet van.

Zo zou je de bijeenkomst van de African Airlines Association (AFRAA), de club van belangrijkste luchtvaartmaatschappijen in Afrika, beknopt kunnen samenvatten.

Het verkeer in het Afrikaanse luchtruim groeide het afgelopen jaar met 10,8 procent, volgens de International Air Transport Association (IATA). Dat is meer dan waar ook ter wereld. Dezelfde experts voorspellen ook nog eens een jaarlijkse groei van ten minste 6,5 procent in de komende drie jaar.

Dat wordt dus flink cashen voor de Afrikaanse vliegmaatschappijen, zou je zeggen. Tot nu toe is het daar nog niet van gekomen.

Hoogvliegers als Ethiopian Airlines – meest winstgevend van het hele continent – en South African Airways doen het, zelfs internationaal gezien, heel aardig. Maar toch is 70 procent van het internationale vliegverkeer van en naar het Afrikaanse continent in handen van niet-Afrikaanse maatschappijen.

Zo vliegt het Duitse Lufthansa bijvoorbeeld 220 keer per week naar 33 bestemmingen op het continent. En ook maatschappijen uit het Middenoosten en Azië, zoals Emirates, Turkish Airlines en Air India, vliegen steeds frequenter.

Dit tot grote frustratie van AFRAA-leden die, verwijzend naar het koloniale verleden, spreken van een nieuwe ‘scramble for Africa’. Dat moet maar eens afgelopen zijn, zo besloten de AFRAA-leden eind november unaniem in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Veel hoop was gevestigd op Girma Wake, de directeur van het succesvolle Ethiopian Airlines. Maar die gooide er een teleurstellende dooddoener tegenaan: ‘United we stand, divided we fall,’ zei hij. De Ethiopiër pleitte onder meer voor gezamenlijk inkopen van brandstof en delen van kennis.

Maar naast het uitkramen van emotionele kreten en dooddoeners, weten de bedrijven precies waar hun zwakke plekken liggen. In de luchtvaart is imago allesbepalend. Passagiers stappen simpelweg niet in bij brokkenpiloten. Hetzelfde geldt voor handelaren, die hun kostbare cargo in dat geval liever door een ander laten vervoeren.

AFRAA erkent dat het slecht is gesteld met het imago van vliegen in Afrika – zie bijvoorbeeld de zware oververtegenwoordiging van Afrikaanse maatschappijen op de zwarte lijst van de Europese Unie – en stelt daarom voor de veiligheid ‘agressief te verbeteren’. Hetzelfde geldt voor de service en andere facetten die ervoor zorgen dat passagiers in jouw kist stappen en niet in die van de (buitenlandse) concurrent.

De eigen analyse volgend is er geen sprake van een buitenlandse invasie en al helemaal niet van neokoloniale luchtjepik, maar kunnen de Afrikanen de competitie gewoon niet aan.

Met toerisme in de lift en een steeds belangrijkere rol voor Afrikaanse groeikernen in de internationale handel, zullen zich de komende jaren kansen genoeg voordoen om de markt terug te veroveren. Maar of de vage plannen voor samenwerking daarvoor een oplossing zijn?

Zoals ze zelf aangeven, valt een hoop te verbeteren in de eigen organisaties – tip: geef piloten een cursus landen zonder stuiteren – maar de kern van het probleem ligt op bestuursniveau: de bedrijven voelen zich geketend door hun overheden.

Tijdens de AFRAA vergadering stoften directeuren de zogenaamde ‘Yamoussoukro Beslissing’ uit 1999 weer eens af. De politieke leiders van het continent verklaarden toen hoogdravend dat ‘Afrikaanse luchten voor de Afrikanen’ zijn bedoeld en dat zij zouden zorgen voor de juiste omstandigheden.

Tien jaar later is daarvan niets te merken. Of, zoals directeur Girma van Ethiopian Airlines het formuleert: ‘De implementatie verloopt relatief traag.’

De Afrikaanse maatschappijen snakken naar vrijheid. Voorzichtig roepen ze op tot liberalisering van het luchtruim. ‘Dat zal de groei van regionaal en binnenlands verkeer stimuleren en de obstakels voor samenwerking wegnemen,’ aldus Tewodros Tamrat, secretaris-generaal van AFRAA.

De secretaris-generaal sprak in aanvulling op het pleidooi van zijn landgenoot Girma van Ethiopian Airlines, een bedrijf dat – heel typerend – voor de volle 100 procent in handen is van de Ethiopische overheid.

Dit blog verscheen op de website van Follow the Money

Advertisements