Mekkertje

Posted on December 10, 2010

0



Arm schaap. We hebben keuze uit honderden, allemaal door boeren op plastic badschoentjes met een leren zweepje naar Addis Abeba gebracht. Deze moet het zijn, dit schaap heeft een lekkere dikke kont.

Meneer Abate is ontslagen uit het ziekenhuis en dat moet worden gevierd. Na twee weken van maagbloedingen is hij er bovenop en ik heb beloofd het feest op te luisteren met een feestmaal, gemaakt van schaap. Om mijn respect voor de beste man te benadrukken heb ik nog een belofte gedaan: ik zal het eigenhandig slachten.

Na ruim een uur onderhandelen met koppige herders, weet ik het schaap, laten we hem Mekkertje noemen, voor omgerekend twintig euro los te krijgen. Niet slecht voor een eerste keer handjeklap veehandel, toch?

Maar hoe Mekkertje naar de slachtbank te krijgen? Bij zijn horens sleur ik hem uit de kudde. Paniek, geblaat, de poten stijf in het zand. Na enkele minuten stoeien geeft hij zich over. Ik grijp ‘m bij de achterpoten en duw hem als een kruiwagen voor me uit. Mekkertje lijkt zich te berusten in zijn lot. Hij sluit zijn ogen en laat zich gewillig vooruitduwen.

Abdul, een van de herders, loopt met me mee. Hij gaat me helpen met slachten. We betreden een kleine binnenplaats, die met gras en onkruid is overwoekerd. Mekkertje graast nog een paar grassprieten als laatste avondmaal. Bij een roestig hek leggen we hem op zijn rug. De ogen gaan weer dicht. Het is tijd, lieve Mekkertje. Je wordt geofferd.

Mesfin, een oude man en vriend van Meneer Abate, heeft een krom mes bij zich. Hij zal Mekkertje zegenen. Ik mag dat, met mijn katholieke achtergrond, niet doen. En Abdul – die Allah aanbidt – al helemaal niet. Het ritueel moet door een koptisch christen worden voltrokken. We moeten natuurlijk wel aan de juiste god offeren! Mesfin maakt een klein sneetje en mompelt wat – iets van zegen dit schaap en laat het ons smaken, lieve god. Donkerrode druppels rollen door de vacht.

Dan is het mijn beurt. Mesfin drukt me het mes in de handen en ik plaats het lemmet in de schram die hij heeft gemaakt. Abdul grijpt de horens. Ik begin te zagen en te drukken, wat duurt dat lang! Mekkertjes tong hangt als een natte vaatdoek uit zijn mond. Gezucht, gepuf, gerochel. Ik ben halverwege de luchtpijp. Het is nu snel voorbij, Mekker. Zijn hoofd valt opzij. Wat een opluchting.

Maar het werk is nog niet gedaan. We moeten hem nog ontleden, een heuse praktijkles biologie voor mij. We hangen het schaap ondersteboven aan zijn achterpoten aan het hek. Het bloed loopt uit de wond en vormt een plas rond mijn schoenen. Voorzichtig, waarschuwt Abdul als ik tot aan mijn elleboog onder de huid zit om hem te villen. Zoals gezegd hebben we stevig onderhandeld en de schapenvacht is zijn bonus.

We hakken en snijden, scheiden de verschillende stukken vlees. We wassen alle ingewanden, knijpen de darmen uit – hé, het laatste avondmaal! Zelfs de ballen zullen straks worden gepoft, een delicatesse waar vooral kinderen van snoepen.

Ik zeul plastic tassen met kilo’s vlees het huis van Meneer Abate in. Zijn dochters gaan direct aan de slag en serveren enkele uren later mals schapenvlees met brood en enjera, de zurige pannenkoek die de basis vormt voor elke Ethiopische maaltijd. Meneer Abate geniet opzichtig van het stevige maal na dagen van pap eten. Mekkertje valt goed op de lege maag.

Column Bananenbier & Honingwijn, Brabants Centrum, 9 december 2010

Advertisements