Iedereen is te laat

Posted on September 4, 2011

0



Twaalf terreinwagens met hevig heen en weer zwiepende antennes scheuren in karavaan door de woestijn langs de grens met Somalië. Het zand en stof maken zicht haast onmogelijk. Toch proberen de hoge bazen van hulporganisaties en journalisten met hun iPads en iPhones foto’s te maken van de karkassen van kamelen waarmee het landschap is bezaaid. We zijn op weg naar de honger.

In de afgelopen twee maanden liepen tienduizenden Somaliërs dagenlang op zoek naar voedsel en water in de Hoorn van Afrika. Ze zijn uitgemergeld en ondervoed en overspoelen de vluchtelingenkampen in Dolo Ado, een woestijndorp in het zuidoosten van Ethiopië, dat wil zeggen: als ze de tocht overleven. Habiba Osman Ibrahim, een 76-jarige grootmoeder uit het door Al-Shabaab gecontroleerde Luk in Somalië, was drie dagen onderweg met haar twee ondervoedde kleinkinderen voordat ze de grens met Ethiopië bereikte. In Somalië was ze afhankelijk van voedselhulp, zegt ze. Maar toen de lokale autoriteiten, moslimextremisten, alle hulporganisaties de regio uitschopte, zag ze geen andere optie dan “vluchten zodra we daar nog kracht voor hadden”.

De Hoorn van Afrika, en dan vooral Somalië, is een rampgebied. In de afgelopen weken zijn naar schatting tienduizenden Somaliërs verhongerd. Hulporganisaties hebben terecht haast en gebruiken apocalyptische termen om benodigde fondsen te werven: er is sprake van “een exodus uit de driehoek des doods” van slachtoffers van de “ergste droogte in zestig jaar”.

Dit alles is niet onwaar, maar het ongemakkelijke gevoel dat overheerst is dat de ellende van Bijbelse proporties voorkomen had kunnen worden. “Allah zorgt voor droogte, de mens voor hongersnood,” zegt Aden Dayow, een boer uit het zuiden van Somalië die in een van de vier ramvolle Ethiopische vluchtelingenkampen verblijft. Hij heeft gelijk: de cyclus van droogtes in Somalië is bekend en de gevolgen ervan zijn beheersbaar, zoveel kan elke hulpverlener je vertellen. Ethiopië en Kenia, buurlanden die zijn getroffen door dezelfde droogte maar niet kampen met een hongersnood zoals in Somalië, zijn er het bewijs van. Al moet worden gezegd dat het hoge aantal Kenianen en Ethiopiërs dat afhankelijk is van voedselhulp evengoed onnodig is.

De eerste voortekenen wezen een jaar geleden al op de ellende van vandaag en in november vorig jaar wisten de meeste overheden en hulporganisaties wat de lokale bevolking zeer waarschijnlijk te wachten stond. “Maar helaas komen politieke leiders pas in actie als er doden vallen,” zegt Irungu Houghton, Pan Afrika directeur van hulporganisatie Oxfam, tijdens een inzamelingsactie in Ethiopië’s hoofdstad Addis Ababa van de Afrikaans Unie, waar slechts vier Afrikaanse staatshoofden de moeite namen om hun gezicht te laten zien.

Zodra er honger is in Afrika, komt het circus op gang. De hulphotemetoten, de staatshoofden en ministers en vooral ook de hijgerige journalisten reizen af naar de woestijn om zoveel mogelijk aandacht te vestigen op de ellende. “Kun je zijn shirt uittrekken, ik zie geen ribben,” gebiedt een persfotograaf in Dolo Ado terwijl hij boven een zwaar vermagerd Somalisch jongetje hangt. Zijn moeder probeert hem zoete, energierijke, pindakaas te voeden, noodhulpvoedsel dat wordt gebruikt om de hevigst ondervoede kindjes te doen aansterken. Ze smeert het op zijn lippen omdat het jongetje de pindakaas steeds weer uitspuugt. Zodra de vertaler de boodschap van de fotograaf heeft overgebracht, trekt ze zijn shirt en broek uit. Het kind opent zijn ogen niet.

Het is te simplistisch om de hongersnood aan droogte te wijden, hoe ernstig die ook is. Volgens Joakim Gundel, de directeur van Katuni Consult, een bedrijf dat hulpoperaties in Somalië evalueert, vinden hulporganisaties het “veel makkelijker om fondsen binnen te halen met een natuurramp” omdat dat minder ingewikkeld is dan een burgeroorlog, wat de echte reden is voor de crisis.

Die burgeroorlog duurt al twintig jaar en heeft het land tot een complete chaos gemaakt. De door het Westen in het zadel geholpen “centrale overheid” is een totale mislukking: het heeft alleen gezag in hoofdstad Mogadishu en staat vooral bekend om corruptie en interne machtspelletjes. En de rest van wat door hulpverleners als “de hel op aarde” wordt omschreven wordt gedomineerd door moslimextremisten van de aan Al-Qa’ida verbonden Al-Shabaab beweging.

Aden, de boer uit zuid Somalië, vertelt dat hij zelden tijd had om op het land te werken. Hij vocht gedwongen aan de zijde van de extremisten. Als hij al eens oogst binnenhaalde, moest hij het afstaan. Ook hij was afhankelijk van voedselhulp, tot ook dat hem werd ontnomen, zegt hij. De leiders van de terreurgroep laten er geen twijfel over bestaan: “Jullie mogen alles eten, behalve voedselhulp,” is de boodschap die wordt verkondigd. Hulporganisaties zijn “heidenen”, volgens de extremisten, en voedselhulp daarom “onrein”.

Dit is de belangrijkste reden waarom het voedselprogramma van de Verenigde Naties, waar het gros van de donaties naar toegaat, amper mensen bereikt in de vijf regio’s in Somalië waar hongersnood heerst. “Er is meer voor nodig dan droogte om ons eronder te krijgen,” zegt Aden. En dat wordt door kenners van het droge gebied in Oost Afrika onderkent. De Somaliërs en andere door droogte getroffen volken zijn meestal “echte diehards” en gewend aan barre omstandigheden. Maar ze zijn zo verzwakt door steeds frequentere droogtes, de oorlog en recentelijk voedselprijsstijgingen van maar liefst 270 procent. Het uitdelen van voedsel- en andere hulp verloopt verre van soepel.

Zoals gezegd worden nog maar weinig van de meest hongerige inwoners van Somalië bereikt. In de vluchtelingenkampen is het niet veel beter: er is nog steeds een tekort aan voedsel en tenten. In de kampen in Ethiopië sterven tien kinderen per dag, en dat is weken nadat de alarmklokken werden geluid. En zowel Habiba en haar kleinkinderen als Aden wonen in zelfgemaakte hutten van lappen en doorntakken.

Er is nog lang niet genoeg geld opgehaald voor een volledig antwoord op de honger die had kunnen worden voorkomen. “Heb je toch genoeg citaten en foto’s van vluchtelingen en hun kindjes om een goed verhaal te kunnen maken,” vraagt een overbezorgde woordvoerder van een hulporganisaties als de karavaan van terreinwagens met airconditioning het kamp verlaat. Ze scrollt door de foto’s van naakte, halfdode, baby’s en reikt me een kartonnen lunchbox aan met een broodje tonijn, een chocoladecakeje en een appel.

Dit artikel is gepubliceerd in het Brabants Centrum van 1 september 2011

Advertisements