Kippen fokken en bijbelles

Posted on May 16, 2012

2



Nederlanders uit Bijbelstreek boeren met succes in Ethiopië. In het ‘christelijke cluster’ trachten zij hun collega’s vooruit te helpen. Geïnspireerd door Amerikaanse landbouwers trekken christelijke boeren naar het Oost-Afrikaanse land om er bedrijven op te zetten. Voor de een is barmhartigheid de drijfveer. ‘We zijn christenen en moeten onze talenten delen. De ander gelooft in economische ontwikkeling voor de lange termijn. ‘Geld geven werkt niet.’ 

Gert van Putten sluit zijn ogen en vouwt zijn handen ineen. Hij bedankt voor de Hollandse kost – gekookte aardappels, broccoli en kip – die de bediendes op zijn boerderij in Ethiopië voor hem hebben bereid. ‘We bidden voor de arme mensen in Ethiopië en hun vrienden uit Holland die rondgaan om te helpen,’ zegt hij. ‘Amen.’

Er zijn opvallend veel ‘vrienden uit Holland’ in en rond het stadje Debre Zeit, dat ongeveer 40 kilometer ten zuiden van hoofdstad Addis Abeba ligt in de Riftvallei van Ethiopië. In de afgelopen jaren zetten Nederlanders uit de Bijbelstreek er onder meer een melkveehouderij, een melkfabriek, een varkensfokkerij, een kippenboerderij en een aardappel- en groentekwekerij op. Onlangs zijn ook een staalfabriek en een bedrijf dat keukens maakt geopend. Bij de Nederlandse ambassade in Addis Abeba staan de ondernemers in Debre Zeit bekend als het ‘christelijke cluster’.

Van Putten was de eerste. De 76-jarige kippenboer uit het Gelderse dorp Terschuur bij Barneveld bouwde er zijn Genesis Farm – een boerderij vernoemd naar de schepping, waar hij groente en fruit verbouwt en ook kippen en koeien houdt. Zo’n vierhonderd mensen werken op de boerderij en de oogst, van kool en uien tot melk en eieren, belandt op de lokale markt en draagt zo bij aan voedselzekerheid, nog altijd een probleem in Ethiopië. De lokale bevolking kan ook gratis water halen bij Genesis, dat vier putten heeft die samen 100.000 liter per uur geven. En kleinschalige boertjes zijn altijd welkom op de boerderij om te ‘komen kijken hoe het moet’, aldus Van Putten.

Maar dat is slechts de helft van het verhaal, aldus de grijsharige Gelderse kippenboer. Het draait om wat hij ‘dubbele oogst’ noemt: naast een goedlopend bedrijf runnen en lokale bevolking helpen waar mogelijk, ziet hij het als zijn taak om mensen tot geloof te brengen. ‘Als iemand hier komt werken, krijgt hij een bijbel en vragen we hem om 7.15 uur ‘s ochtends hier te zijn voor een half uur Bijbelstudie en gebed,’ zegt hij. Van Putten schat dat zo’n driehonderd van zijn werknemers elke werkdag vroeger naar de boerderij komt om te zingen, bidden en God te prijzen. ‘Maar om vijf voor acht is het amen, want om acht uur moeten ze aan het werk,’ zegt de boer, die zelf elke ochtend voor het ontbijt een rondje maakt over de boerderij om te kijken hoe het met zijn kuikens en kalveren is. De Bijbelstudie is effectief, zegt hij: ‘Medewerkers die hier een poosje werken, leren veel van de Bijbel en hoe om te gaan met levensvragen en komen soms tot geloof.’

De zakenman is al jarenlang actief in Ethiopië. Hij vliegt zo’n acht keer per jaar op en neer. ‘Dit is de 115e keer dat ik hier ben,’ zegt hij. Van Putten raakte geïnspireerd door een christelijke groentekweker uit de Verenigde Staten met Nederlandse wortels: Aard van Wingerden. De Nederlandse Amerikaan ‘voelde de roeping’ en stuurde voor meer dan een miljoen dollar aan machines, materiaal en voedsel naar Ethiopië, nadat hij door evangelisten uit het Oost Afrikaanse land om hulp was gevraagd. Van Wingerden nodigde Van Putten uit om zijn landbouwproject en weeshuis op een oude staatsboerderij in Debre Zeit te bezoeken. Dat was begin jaren negentig, toen de huidige machthebbers in Ethiopië op het punt stonden het communistische regime van dictator Mengistu Hailemariam omver te werpen. Van Putten, die met zijn kippenboerderij in Nederland en de verkoop van kippenmestkorrels miljoenen had verdiend, zag de honger en ellende, maar ook voldoende kansen om landbouwbedrijven op te zetten in Debre Zeit, dat vanwege de vulkanische bodem ontzettend vruchtbaar land heeft. ‘Ik dacht: Hoe kan het nou dat hier regelmatig hongersnood heerst? De grond is zo goed,’ zegt Van Putten. Toen Van Wingerden vier jaar later aan longkanker overleed, besloot hij de missie van zijn ‘zielsverwant’ voort te zetten. In de jaren die volgden hielp hij bij het opstarten van een aantal van de Nederlandse bedrijven. Daarnaast bouwde hij ook scholen en zeker dertig kerken. ‘Het komt uit ons hart en de Ethiopiërs staan er open voor,’ zegt hij.

Maar het christelijke boeren in Ethiopië is geen kwestie van ‘kippen geven en bekeren’, zegt Karel Brak. De 41-jarige tropisch landbouwkundige runt Van Putten’s nieuwste project: kippenfokkerij Maranatha – wat ‘de wederkomst van Jezus’ betekent. Brak fokt er zo’n 40,000 kuikens, waarvan hij de helft aan lokale boertjes verkoopt. Brak helpt ze vervolgens de kippen op de juiste manier te houden zodat ze er een goed inkomen uit kunnen halen. ‘Wat wij hier in het groot doen, kunnen zij op tien keer kleinere schaal ook doen,’ zegt hij. ‘Ik bezoek de boertjes zelf en kijk hoeveel eieren hun kippen leggen. Wat gaat er goed en wat niet. Bij ongeveer de helft gaat het goed en de andere helft mislukt, maar ik haal veel voldoening uit het een op een verbeteren van de kippenbedrijfjes.’  Niet alle boeren zijn in staat om voor de kwaliteitskuikens van Maranatha te betalen, zegt hij. ‘Maar we helpen ze toch. En als ze het goed doen, krijgen ze de kippen voor niks. We vertellen ze dat niet vooraf. We houden de schijn op dat ze gewoon moeten betalen want uiteindelijk moeten ze het zelf doen.’

Hoewel Ethiopië, een land met bijna 85 miljoen inwoners, hard werkt aan een economische inhaalslag (het is de snelst groeiende economie in Afrika) is het land ook een van de grootste ontvangers van hulpgelden ter wereld. Bert Flier, ondernemer uit het Barendrecht, heeft niet veel op met de ontelbare hulporganisaties die er actief zijn. De 65-jarige Zuid Hollander, groot van postuur, verkocht zijn levenswerk, een fabriek voor machines in de glastuinbouw, en investeerde het geld in Ethiopië. ‘Ik ben geen filantroop,’ zegt hij. ‘Ik denk dat je de armen alleen kunt helpen door de economie, want geld geven werkt niet,’ zegt hij.

Met zijn Alfa Farm, een melkveehouderij en varkens- en stierenfokkerij, haalt hij een hoger rendement dan in Nederland mogelijk zou zijn. ‘Als je hier een levend varken verkoopt, levert je dat 2 euro per kilo op. In Nederland is dat 1,20 euro,’ zegt hij. Maar de winst gaat niet in eigen zak. Net als Van Putten waren het de Amerikanen die Flier ervan overtuigden dat een goed christen aan naastenliefde doet. Flier had trouwe klanten in de Verenigde Staten waar hij tuinbouwmachines verkocht aan christelijke boeren. ‘Zij vertelden me: Wij zijn christenen en moeten 10 procent van onze tijd en geld in dienst stellen van de kerk of de minder bedeelden’, zegt hij. Flier hoorde van Van Putten’s werk op de Genesis Farm en nam een kijkje. Hij was snel overstag: ‘Mensen in Nederland zeggen vaak: “Ethiopië, dat is toch één grote dorre vlakte?” Maar Ethiopië is een van de vruchtbaarste landen ter wereld en van de landbouwgrond is nog geen 5 procent in gebruik. De reden daarvoor is dat de kennis en het geld ontbreekt,’ aldus Flier. Met behulp van een subsidie (bedoeld om bedrijven te stimuleren in ontwikkelingslanden te investeren) die de helft van de opstartkosten van bijna 1,5 miljoen euro dekte, begon hij drie jaar geleden met de bouw van zijn Alfa Farm op zestig hectare kale, dorre grond. Het bedrijf melkt nu veertig koeien, heeft er twintig die op kalveren staan en 38 uit Nederland geïmporteerde kalveren. Daarnaast lopen er zo’n honderd varkens en 75 stieren voor de slacht rond en verbouwt het bedrijf zijn eigen maïs en krachtvoer. Alfa Farm is verreweg de meest geavanceerde veehouderij in Ethiopië en wekelijks bezoeken rijke Ethiopische ondernemers die in landbouw willen investeren de boerderij om ideeën op te doen. ‘Ze mogen het concept zo kopiëren,’ zegt Flier, die zelf in Nederland woont maar de boerderij regelmatig bezoekt.

Maar ook de kleine boertjes in de buurt van de Alfa Farm profiteren. Drie Nederlandse gezinnen wonen permanent op de boerderij en zetten zich naast hun dagelijkse werk in voor de lokale gemeenschap. Zo geeft Peter Stam, een veeboer die met zijn vrouw en twee kinderen in een zelfgebouwde toekoel (traditionele boerenhut) met rieten dak en moderne uit Nederland geïmporteerde keuken op de Alfa boerderij woont, zelf training aan de lokale boeren. Het is een van de voorwaarden voor de subsidie die het bedrijf kreeg. Het gaat om de meest basale dingen, vertelt de 28-jarige Zuid Hollander uit Nieuw-Lekkerland. ‘Hoe melk je de koe en houdt je haar uiers schoon, dat werk.’ Maar Stam gaat ook bij de boertjes thuis langs. De sleutel naar succes is volgens hem het voer dat de Nederlanders met een kleine winst, maar nog altijd onder de marktprijs, aan de boeren verkopen. ‘Ons voer heeft een hoge voedingswaarde en is smakelijker, waardoor de koeien meer innemen en dus gezonder zijn,’ zegt Stam. ‘De melkgift gaat hierdoor in sommige gevallen met 50 procent omhoog.’ Met het juiste voer en voldoende water – omwonenden kunnen voor een bedrag van 0,10 birr (een verwaarloos bedrag) per jerrycan water afhalen –  kan een koe op jaarbasis vijfhonderd tot tweeduizend liter extra melk geven, zegt ook Flier. De boeren verkopen die melk op de markt of brengen het naar de Nederlandse melkfabriek Holland Dairy. Daar wordt de melk in zakjes verpakt of er yoghurt, boter of ijs van gemaakt in de oranjekleurige fabriekshal aan een stoffig zandpad, waar met grote letters ‘Jesus is Lord’ op de gevel staat. Flier: ‘Zo kunnen de boeren een goed inkomen verdienen.’

Ook op de Alfa Farm is geloof de belangrijkste drijfveer. Elke dinsdag is er Bijbelstudie voor de werknemers. En Peter Stam vertelt dat hij en zijn vrouw Heleen wisten dat hun toekomst in Ethiopië lag na het lezen van een advertentie van Flier in een vakblad waarin stond: ‘Wij zoeken iemand die gelooft dat wij een middel in God’s handen zijn’. Het echtpaar Stam is, zoals de meeste Nederlanders in Debre Zeit, aangesloten bij het International Christian Fellowship. Elke zondag is er een bijeenkomst, waar naast Nederanders vooral Amerikanen en Canadezen, maar ook Ethiopiërs en enkele Indiërs, van protestantse komaf samenkomen om te bidden en over de Bijbel te spreken. ‘We zamelen daar geld in waarvan we Bijbels kopen,’ zegt Stam. Hij deelt de Bijbels, die zijn geschreven in de lokale taal, uit aan de mensen in de omgeving. ‘Maar ik zou mezelf nooit een evangelist noemen,’ zegt hij. ‘We doen het werk uit liefde.’ Ook de andere gezinnen op de Alfa Farm zijn actief. Zo geeft Peter de Groot, verantwoordelijk voor de akkerbouw op de boerderij, theologie op een Bijbelschool. En Arnold Krul, die er voor de varkens zorgt, houdt samen met zijn vrouw Jacoba elke zondag kinderkerk en maakt ook lespakketten over het geloof in de lokale taal.

Flier vindt het prachtig: ‘We zijn christenen en moeten al onze talenten delen.’ Hij verwacht niet dat hij het geld dat hij in de boerderij heeft geïnvesteerd ooit nog in Nederland zal terugzien: de Ethiopische banken zouden zijn kapitaal nooit kunnen omwisselen van lokale munteenheid naar euro’s. ‘Maar ik kan het geld missen zonder dat het me pijn doet,’ zegt hij. ‘Rijk worden boeit me niet. Er staat tenminste iets waardevols.’

Download hier mijn laatste bijdrage (PDF) als Elsevier correspondent in Oost-Afrika

Advertisements