Verdreven uit de vallei

Posted on June 8, 2012

0



Vruchtbaar en goedkoop Afrikaans land is gewild. Wereldwijd jagen zakenlui op dit ‘groene goud’ voor de productie van voedsel en biobrandstoffen. Foute zaak, zeggen mensenrechtenclubs en milieukundigen. Maar Afrikaanse leiders zijn blij met de massa’s investeerders. Wie heeft er gelijk? Trouw zocht naar antwoorden in Oost-, West-, en zuidelijk Afrika. Deel 3: suikerriet en elektriciteit in de Ethiopische Omovallei.

“Wij zijn een uitstervend ras”, zegt Gorgis, herder van Ethiopië’s Bodi stam. Met zijn twee vrouwen en elf kinderen volgt hij de regens om zijn vee te laten grazen. Gorgis heeft zijn koepelvormige hutjes opgebouwd in de bush vlakbij het dorpje Hana in de Omovallei van Ethiopië, territorium van seminomadische stammen en door de Verenigde Naties aangemerkt als werelderfgoed.

Hij verbouwt ook maïs en graan aan de vruchtbare oevers van de Omorivier, die door het zuiden van Ethiopië slingert en honderdduizenden in hun levensonderhoud voorziet. Maar Gorgis verwacht geen oogst dit jaar, en ook niet in de komende jaren: het suikerbedrijf van de overheid heeft zijn grond ingenomen om de bouw van een suikerplantage van 150.000 hectare te beginnen, zegt hij.

De suikerplantage is onderdeel van een grootschalig ontwikkelingsplan dat de wildernis van de Omovallei, vanwege unieke stammen populair onder toeristen en onderzoekers, moet omtoveren tot een landbouwparadijs. Ethiopië bouwt een van de grootste stuwdammen van Afrika stroomopwaarts in de Omorivier en verpacht grote percelen grond aan investeerders die er suikerriet en andere marktgewassen gaan verbouwen.

Die plantages moeten worden geïrrigeerd met water uit het 150 kilometer lange stuwmeer van de dam, die Gibe III heet, anderhalf miljard euro kost en de stroomcapaciteit van Ethiopië bij voltooiing in 2013 bijna zal verdubbelen, aldus de overheid. De plantage bij Hana alleen zal jaarlijks drie miljard kubieke meter water verbruiken, aldus het suikerbedrijf. Dat is voldoende om de Omorivier praktisch droog te leggen, zeggen experts.

Ethiopië’s ontwikkelingsoffensief houdt ook in dat enkele tienduizenden lokale stammen moeten verhuizen naar dorpen waar ze volgens de overheid eenvoudig toegang hebben tot medische hulp, scholen en andere basisvoorzieningen zoals water, wegen en stroom. De verhuizing betekent het einde van een archaïsche levensstijl: het is gedaan met ‘naaktlopen’ en ‘achterlijke cultuur’, aldus Ethiopië.

“We willen de inwoners van Zuid Omo betrekken bij de economische ontwikkeling die Ethiopië doormaakt”, zegt Shiferaw Teklemariam die als minister van Federale Zaken verantwoordelijk is voor de verhuizing van mensen in de achtergebleven gebieden van Ethiopië. Naast Zuid Omo heeft de overheid vergelijkbare plannen voor de Gambella en Benishangul-Gumuz regio’s in het westen van het land, grenzend aan Zuid Soedan en Soedan, en de Somali en Afar regio’s in het noord- en zuidoosten.

De overheid gaat daarbij zeer zorgvuldig te werk, verzekert de minister. De verhuizing is “volledig vrijwillig” en heeft in goed overleg met lokale bewoners plaats. “Dwang zou illegaal zijn en ook averechts werken. We laten de inheemse mensen een voor een zien wat de voordelen zijn van verhuizing” naar een dorp. Volgens de minister zijn de voordelen van een ‘modern’ leven in een dorp evident en zal het daarom niet moeilijk zijn de stammen te overtuigen: “Wist je dat sommige vrouwen in Zuid Omo hun kinderen moederziel alleen in de bosjes baren? Met alle gevolgen van dien. Dat kan toch niet?”

Maar de Bodi in de buurt van Hana zeggen dat ze nooit zijn ingelicht. “De overheid bouwt nieuwe dorpen en verwacht dat we verhuizen”, zegt Gorgis. “Maar ons is niets gevraagd. Onze Koning zegt dat het dieven zijn”. Gorgis’ stamgenoot Duri Bela, die een roodgeblokte toga om zijn naakte lichaam draagt, zegt dat hij pas van de plannen hoorde toen de eerste graafmachines over een gloednieuwe weg Hana binnenreden. De overheid “gebruikt al het water en bouwt op onze gewassen”, zegt hij. “Ik vrees dat we honger zullen lijden”. Duri Bela zegt een leven als dorpsbewoner niet te zien zitten. Hij wil rondtrekken met vee en voor zijn kinderen wenst hij eenzelfde leven. “In het dorp zie ik mensen bedelen en op straat slapen”, zegt hij. “Herders bedelen niet”.

Duri Bela en zijn stamgenoten staan niet alleen in hun vrees voor de toekomst. Mensenrechtenorganisaties en de V.N. – dat Ethiopië heeft opgeroepen de bouw van de dam onmiddellijk te stoppen – vrezen voor honger en stammenstrijd om water en grasland en uiteindelijk zelfs het einde van een unieke levensstijl in Zuid Ethiopië en Noord Kenia, waar de Omorivier uitmondt in het grootste woestijnmeer ter wereld: het Turkanameer.

Terwijl Ethiopië zegt dat waterstanden onaangetast blijven, claimen onderzoekers van onder meer de Africa Resources Working Group dat het waterniveau van Turkana tien tot twaalf meter zal dalen, waardoor het water verzilt en de rijkdom aan vis zal verdwijnen. Volgens Ethiopië’s leider Meles Zenawi, al meer dan twintig jaar aan de macht, is dit “valse propaganda” van “vrienden van achterlijkheid” die willen dat stammen “voor altijd een toeristische attractie blijven”. Maar, zegt hij, ze willen juist een “stabiel en verbeterd leven”.

Michael Irgiena, een visser die met zijn vrouw en tien kinderen aan de oevers van het Turkanameer in het noorden van Kenia woont, zegt dat zijn dorpsgenoten van de Dassanech stam helemaal niet negatief staan tegenover ontwikkeling. In tegenstelling: het woestijnachtige gebied rond het Turkanameer heeft geen wegen, elektriciteit of watervoorziening en een ziekenhuis is kilometers ver weg, zegt hij.

Maar de plannen van buurland Ethiopië zullen geen springplank naar moderniteit zijn, verwacht hij. Net als zijn stamgenoten leeft Michael van de visserij, al 26 jaar lang, maar hij vraagt zich af of het nog zin heeft zijn visserskennis over te dragen aan zijn zonen. “Ik was geschokt toen ik het nieuws over de dam hoorde op de radio”, zegt hij. “Ik dacht meteen: wat zal er met het meer gebeuren, wat betekent dat voor mijn kinderen, en vooral: waarom heeft niemand ons hierover ingelicht?” Michael denkt dat het water te zout zal worden om nog in te vissen. “En ik vrees ook voor ons vee want zonder water is er ook geen gras”, zegt hij.

Volgens Jason Mosley, onderzoeker van de Britse denktank Chatham House, “plant Ethiopië het zaad voor onvrede over land en potentieel conflict” met haar plannen de marginale regio’s te transformeren. “Gezien de lange geschiedenis van conflict in de Hoorn van Afrika schuilt er een potentieel gevaar dat de grootschalige landbouwprojecten spanning tussen investeerders en de lokale bevolking, of tussen lokale gemeenschappen onderling, verder aanwakkert”, zegt hij. Een anonieme westerse onderzoeker in Zuid Omo, die niet bij naam genoemd wil worden uit angst voor de overheid, zegt een gewapende opstand van stammen tegen de overheid te verwachten. Michael Irgiena denkt ook dat het Turkanagebied meer “bloedvergieten” zal zien. De stammen vechten nu al vaak om water en grasland en “als het meer onbruikbaar is, hebben we geen andere keus dan naar het territorium van buurstammen te verhuizen”, zegt hij.

Minister Shiferaw zegt niet verbaasd te zijn over het verzet van lokale stammen in Zuid Omo. De achtergebleven gebieden van Ethiopië, waaronder ook Zuid Omo, zijn door vorige regimes compleet genegeerd, zegt hij. En inwoners hebben daardoor een vijandige houding tegenover de overheid aangenomen. Maar “zien is geloven”, aldus Shiferaw, die denkt dat iedereen aan boord zal zijn zodra de voordelen van ontwikkeling zichtbaar worden. “We moeten ze stap voor stap overtuigen”, zegt hij. Hij voegt eraan toe: “Als je je hele leven in een groot gat in de grond hebt gewoond, bedekt met vliegen, dan denk je wellicht dat het de beste plek is om te leven. Het is je goed recht om dat te geloven, maar is het daadwerkelijk de beste plek om te leven?”

Pottenkijkers niet gewenst

Ethiopië zegt dat eigen studies naar de impact van de Gibe III dam op milieu en lokale bevolking het ongelijk van critici bewijzen. Het zegt ook dat lokale stammen zijn ingelicht en zullen worden gecompenseerd voor de “vrijwillige” verhuizing.

Maar volgens Survival International, een organisatie die opkomt voor rechten van inheemse stammen, gebruikt de overheid geweld om zijn plannen aan de lokale bevolking op te dringen. De rechtengroep claimt dat meer dan honderd tegenstanders van de Mursi en Bodi stammen in de buurt van Hana zijn gearresteerd. Hoewel deze massa-arrestatie niet door de stamleden in dat gebied wordt bevestigd, geven ze aan bang te zijn kritiek te uiten op overheidsplannen.

Ook hield lokale politie in Hana de Trouw correspondent vijf uur lang vast nadat hij het lokale kantoor van het suikerbedrijf in Hana bezocht, wat laat zien dat er krampachtig wordt omgegaan met onafhankelijk onderzoek naar het project en de gevolgen voor de lokale bevolking.

Dit artikel verscheen op 9 juni 2012 in Trouw.

Advertisements